Ademhalen doen we vanzelf. We ademen zuurstof in en
koolzuur uit. De ademhaling past zich aan bij wat we doen. Tijdens de
slaap hebben we bijvoorbeeld niet zoveel zuurstof nodig, dus dan is de
ademhaling rustig. Bij grote inspanning, zoals hardlopen, is meer
zuurstof nodig, dus dan ademen we sneller.
Bij hyperventilatie is uw ademhaling van slag, vaak
zonder dat u het zelf beseft. U zit bijvoorbeeld in een stoel, maar
ademt alsof u aan het hardlopen bent.
Dat kan gebeuren wanneer u gespannen of angstig bent. Ook
overbelasting of oververmoeidheid kunnen een rol spelen. Het lichaam
gaat hierdoor stresshormonen aanmaken, zoals adrenaline. Het is dan
alsof het lichaam zich voorbereidt op een inspanning. U gaat vanzelf
sneller ademhalen en uw hart gaat sneller kloppen.
Angst en spanningen kunnen behalve hyperventilatie
nog andere klachten veroorzaken. Voorbeelden zijn: benauwdheid,
duizeligheid, flauwvallen, pijn op de borst, hartkloppingen,
tintelingen, droge mond, hoofdpijn en misselijkheid.