|
| |
 |
|
 |
Lage rugpijn
|
 |
Wat is het?
Lage rugpijn wordt ook wel 'spit' genoemd. Het komt
veel voor. Sommige mensen krijgen het maar één keer, bij anderen komt
het geregeld terug. De pijn zit onder in de rug, in het gebied tussen
de onderste ribben en de billen. Vooral bewegen kan flink pijn doen.
Van een stoel opstaan of uit bed komen, is dan een hele toer. Mensen
met lage rugpijn bewegen hun rug zo min mogelijk. Soms kùnnen ze hun
rug niet eens bewegen.
Waardoor komt het?
Lage rugpijn ontstaat waarschijnlijk door
overbelasting van de rug: te vlug of te zwaar tillen of een verkeerde
beweging maken. Uw rugspieren langdurig spannen, is ook een vorm van
overbelasting. Mensen spannen hun rugspieren vaak zonder dat ze het in
de gaten hebben.
Het is niet altijd duidelijk waardoor iemand rugpijn
krijgt. Het kan zijn dat meerdere oorzaken tegelijk een rol spelen.
Bijvoorbeeld een slechte lichamelijke conditie, veel autorijden en
spanningen.
Kan het kwaad?
Lage rugpijn is erg vervelend, maar wordt meestal
niet veroorzaakt door iets ernstigs. Oók niet als de pijn erg is. Het
gaat bijna altijd vanzelf over. Langzamerhand krijgt u minder last en
na een tijdje kunt u weer zonder pijn bewegen. Bij sommige mensen is
de pijn binnen enkele dagen over, soms duurt het een paar weken.
Wat kunt u er zelf aan doen?
- Beweging zorgt ervoor dat u eerder van uw
klachten af bent. Iemand met lage rugpijn moet in beweging blijven,
ondanks de pijn. De pijn is geen teken dat er iets beschadigd is.
Doe het wel rustig aan: wandelen, fietsen en zwemmen zijn goede
activiteiten. Als de pijn minder wordt, kunt u uw bewegingen
langzaam uitbreiden. Lang achter elkaar in dezelfde houding staan of
zitten kunt u beter vermijden.
- Snel bukken of zwaar tillen is slecht bij lage
rugpijn. Sjouwen met een zware boodschappentas of uw kind optillen,
kunt u dus beter aan iemand anders overlaten.
- Draaien met de onderrug kunt u ook beter
vermijden. Raap niet zittend iets van de grond op dat achter u ligt,
maar sta op en buig door uw knieën. Opstaan uit bed doet u als
volgt: eerst op uw zij rollen, liggend de benen over de rand slaan
en dan uzelf met uw armen zijwaarts omhoog drukken.
- Warmte kan de lage rugpijn verzachten; neem
bijvoorbeeld een warme douche of gebruik een infraroodlamp.
- Bedrust is meestal niet nodig, maar soms kan het
niet anders. Blijf niet langer dan twee dagen in bed, anders wordt
uw rug stijf. Om uw rug te helpen ontspannen, kunt u kussens onder
uw knieën leggen.
- Pijnstillers kunnen helpen. Ze verminderen de
pijn, waardoor u zich weer gemakkelijker en soepeler kunt bewegen.
Gebruik bij voorkeur paracetamol. Als dat neit helpt, kunt u
diclofenac, ibuprofen of naproxen proberen.
Hoe kunt u het voorkomen?
Er is altijd kans dat lage rugpijn terugkomt, maar
als u de volgende adviezen opvolgt, loopt u minder risico.
- Zorg voor een goede conditie. Regelmatig
wandelen, zwemmen of fietsen is heel goed om uw rug in vorm te
houden. Bij een goede conditie hoort ook ontspanning; stress zorgt
vaak voor een gespannen houding en dit vergroot de kans op rugpijn.
- Let op een goede houding. Loop en zit zoveel
mogelijk rechtop. Neem een (hoge) stoel die uw rug steunt en waarop
u recht zit. Ook wisselen van houding is van belang; de hele dag op
dezelfde manier zitten of staan, geeft eerder problemen.
- Let op uw rug als u tilt. Dat wil zeggen: buig
niet uw rug, maar zak door uw knieën als u iets optilt.
Wanneer naar de huisarts?
Neem contact op met uw huisarts:
- als de pijn, ondanks het opvolgen van de
adviezen, ondraaglijk is;
- als de pijn uitstraalt naar uw been en tot onder
uw knie voelbaar is;
- als u lage rugpijn heeft en daarbij een
tintelend, branderig of doof gevoel in één van uw voeten of benen;
- als u lage rugpijn heeft en daarbij in één been
minder kracht heeft;
- als u lage rugpijn heeft en u krijgt problemen
met plassen;
- als er na zes weken nog steeds geen verbetering
is opgetreden.
Wanneer er andere verschijnselen zijn waarover u
zich zorgen maakt, overleg dan met uw huisarts.
Nederlands Huisartsen Genootschap |
|
 |
Terug naar het overzicht van de
ziektefolders
|
 |
|
|
|