Waarom iemand dik wordt, is niet altijd
duidelijk. Erfelijkheid speelt mogelijk een rol. Maar de
belangrijkste oorzaak is te veel ongezond eten en te weinig
bewegen. Sommige mensen gaan meer eten als zij verdrietig zijn
of problemen hebben.Kan het kwaad?
Een te hoog gewicht is ongunstig voor uw
gezondheid. Het verhoogt de kans op hoge bloeddruk, hart- en
vaatziekten, diabetes (suikerziekte) en gewrichtsklachten.
Meten
Bij het vaststellen van overgewicht gaat het
om de verhouding tussen gewicht en lengte. Dit noemen we de Body
Mass Index (BMI). Die kunt u zelf berekenen: gewicht (in kilo's)
gedeeld door het kwadraat van de lengte (lengte keer lengte,
uitgedrukt in meters). U kunt deze ook opzoeken op internet
(www.voedingscentrum.nl onder 'gezond gewicht'). Bij een BMI
tussen 25 en 30 is sprake van overgewicht. Probeer dan niet
verder aan te komen. Is daarbij uw buikomvang meer dan 88 cm
(vrouwen) of 102 cm (mannen), probeer dan af te vallen. Bij een
BMI boven de 30 is afvallen belangrijk ook als er geen andere
risicofactoren voor uw gezondheid zijn. Een gewichtsvermindering
van 5 tot 10% is al beter voor uw gezondheid.
Tips voor een gezond gewicht
Bij overgewicht is het extra belangrijk dat u
gezond leeft. Dat betekent gezond (en niet te veel) eten,
regelmatig bewegen en niet roken.
Eet gezond en gevarieerd
Eet gevarieerd en in de juiste hoeveelheden.
Dat is voor volwassenen per dag gemiddeld:
- volkorenbrood: 4-7 sneetjes
- aardappelen, rijst, pasta, bonen, erwten
of couscous: 3-5 opscheplepels
- groente, rauwkost: 4 groentelepels
- fruit: 2 vruchten
- zuivel: 400 – 500 ml magere melkproducten
en 1 plak magere kaas (30+ en 20+ kaas)
- mager vlees, vis, kip, kalkoen, een ei of
plantaardige vleesvervangers zoals tempe, tahoe of
sojaproducten: 100-120 gram; bij voorkeur 1 - 2 keer per
week vis.
- halvarine, margarine, vloeibare bak- en
braadproducten: 20–35g (1 eetlepel is 15 gram)
- drinken: 1,5 liter (of 8 tot 12 glazen,
melkproducten inbegrepen)
Houd u aan de aanbevolen hoeveelheden. Dan
krijgt u alle voedingstoffen binnen die u nodig heeft. Het lijkt
veel, maar als u minder eet, grijpt u misschien naar ongezonde
tussendoortjes. Tijdelijk heel weinig eten heeft geen zin. In
het begin valt u wel af, maar zodra u meer eet , stijgt uw
gewicht weer. Vitaminepillen en ‘afslankpillen’ hebben geen zin.
Eet niet te veel
Neem drie maaltijden per dag en hooguit vier
maal per dag iets tussendoor. Geschikte calorie-arme
tussendoortjes zijn een biscuitje, rijstwafel, handje popcorn of
zoute stokjes, stukjes bloemkool, tomaat, komkommer, radijs,
bleekselderij, wortel of bouillon. Koffie en thee zonder melk en
suiker, (mineraal)-water en light-frisdranken bevatten geen
calorieën. Vermijd calorie-rijke tussendoortjes en dranken
(zoals koek, gebak, chocolaatjes, chips, snacks, frisdrank, sap
en alcohol). Gebruik deze alleen bij uitzondering en dan in
kleine hoeveelheden: bijvoorbeeld één chocolaatje, plakje
ontbijtkoek, speculaasje of handje wokkels, of bij uitzondering
één glaasje alcohol.
Eet veel groente, fruit en volkoren brood
In groente, fruit en volkoren brood zitten
relatief weinig calorieën, maar wel veel voedingsstoffen. Ze
geven een ‘vol’ gevoel, zodat je minder snel te veel eet.
Extra lichaamsbeweging
Bij overgewicht is beweging extra belangrijk.
Zorg dat u iedere dag tenminste een halfuur actief beweegt (en
om af te vallen een uur per dag). Bijvoorbeeld stevig wandeleng,
fietsen, zwemmen, rennen, tuinieren of dansen. Kies een vast
tijdstip om te gaan bewegen. Spreek af met een vriend(in) of
schrijf u in bij een wandelclub of sportvereniging bij u in de
buurt. Zo houdt u het gemakkelijker vol. Maak er een gewoonte
van om in uw dagelijks leven wat extra te bewegen. Neem de trap
in plaats van de lift. Ga vaker te voet of op de fiets in plaats
van met de auto. Vermijd urenlang zitten, bijvoorbeeld voor de
televisie of computer.
Wanneer naar de huisarts?
Als u de adviezen opvolgt, heeft u een goede
kans om langzamerhand op een beter gewicht te komen en dit te
behouden. Als het u niet lukt de adviezen op te volgen en u
heeft behoefte aan ondersteuning, bespreek dat dan met uw
huisarts.